God,

Wat hebt U nu toch gedaan? U hebt geroepen.... en ik heb een kind verloren. Slag op slag treft me en dat in zo korte tijd. Drie jaar geleden verloor ik mijn man. Verleden jaar stond ik zelf al dicht bij de poort, maar ik mocht terug, en nu dit....

Ik heb al weer wat tijd gehad ter overpeinzing. De midzomermaand juli is voor mij wel een maand met vele gedenkdagen aan het worden. Mijn verjaardag, mijn trouwdag, de sterfdag van Sebastiaan. De zoon voegde zich bij de vader op de datum van diens begrafenis en vijf dagen later gaven we hem prijs aan het vuur. Het is heel wat.

Een kind verliezen is een heel andere ervaring dan de dood van je man. Op een goede dag ontmoet je iemand-vreemd. Hij wordt je levensgezel, je wederhelft. Je kind ontvang je en dat is dan jouw eigen helft. Lijf verbonden met lijf, het van je loskomen, maar nog zo afhankelijk, zelfstandig worden, wegtrekken. Er blijft die innige band van alles weten en niet begrijpen.

Een deel van mezelf is gestorven. God, ik ben oud en hij was ziek. Als het dan eens niet zo lekker liep, zei ik: "Kom op man! We leven allebei in "blessuretijd", zullen we nog maar proberen een punt te scoren."

Bij het verlaten van het speelveld had hij beleefd moeten zijn, zoals hem was geleerd, en zijn moeder laten voorgaan...
Er is een stilte gevallen.

Heer, ik was er toen zijn bestaan begon, ik was er toen hij de wereld binnen ging, ik was er toen hij de deur sloot na zijn gang langs aardse wegen.

Ik geloof dat het land der levenden groter is dan onze eigen woonplek, groter dan steden en landen, die zijn voeten droegen, groter dan alles wat ons zijn bepaalt. Groter dan de tijd tussen komen en gaan. Het is alomvattend hier, nu en in eeuwigheid.

God, houd mij mijn geliefde doden nabij, houd mijn geliefde doden mij nabij.
Martha