God,

Omdat Bastiaan op reis was voor zaken, was ik een paar dagen te logeren bij mijn vriendin. Niet echt ver en uit, maar gewoon gezellig, niet alleen. Juist een van die dagen moest Miek met haar zangkoor een huwelijksmis opluisteren en dus ging ik maar belangstellend mee.

't Was best een mooie plechtigheid, een huwelijk van twee, wat oudere mensen, een weduwe en een weduwnaar met volwassen kinderen.
Het koor zong heel goed, bij een prachtig orgel; bruid en bruidegom straalden. De preek van de pastoor, die overvol zat met liefde en trouw, vond ik meer geschikt voor een jong koppel dan voor twee mensen die allebei al minstens vijfentwintig jaar huwelijk achter de rug hadden.

Maar toen kwam het. Een van de kinderen kwam op het spreekgestoelte en wat die zei, dat hield steek.

Zijn uitgangspunt was wat vreemd. Hij was niet helemaal blij, want bij het feest, het niet helemaal totale feest, miste hij twee mensen.

Ik dacht: "Jongen, als die er wel waren, ging het mooi helemaal niet door."
Wat hij verder zei; dat was moedig en goed.

Het kwam hierop neer: Jullie kiezen voor elkaar en wij kinderen worden daarmee geconfronteerd. De vrouw van mijn vader is mijn moeder niet en ze wordt het ook nooit. Maar als wij allemaal ons best doen en willen, van beide kanten, kan er toch een mooie relatie groeien, die mogelijk zelfs de moeder-kind relatie benadert. Wij willen het proberen, jij ook?

Wat er toen in mijn hoofd opborrelde heb ik toen niet indringend met U besproken en daarom schrijf ik er U nu over. Ik moest denken aan huwelijken van belangrijke of wereldbekende mensen die met pracht en praal worden gesloten; prins Charles en lady Dy, prinses Irene en prins Hugo van Bourbon Parma.

Wat hebben deze laatsten overhoop gezet om zover te komen.
Zestien jaar geleden een huwelijksplechtigheid in Rome. Inzegening door de Paus voor het oog van de hele wereld. En... het huwelijk is gescheiden, wegens duurzame ontwrichting. Ook het aartsbisdom schijnt deze uitspraak gedaan te hebben en men wacht nog slechts op Rome.

Vindt U het niet pijnlijk, Heer, dat huwelijken plechtig voor Uw altaar worden aangegaan, ten aanschouwe van ieder die wil zien en die tot getuige wordt geroepen, met feesten voor familie en vrienden en dat het falen van alle goede voornemens hooguit gefluisterd wordt en in sommige gevallen een bericht in de krant of een verhaal in een boulevardblad haalt. Zou men niet de moed moeten hebben, om ook dan voor Uw altaar te komen en U en elkaar spijt te betuigen om de mislukking. Om met elkaar steun te vragen, om voor ieder een nieuwe weg te vinden, niet alleen voor de direct betrokkenen, maar ook voor de mensen er omheen, die op de bruiloft waren.

Als het trouwen oprecht en eerlijk was, hoeft men in de debacle toch U niet te ontlopen? Misschien.... ik weet het niet.

U groet,

Uw Martha